Orgels

De Martinikerk beschikt over twee historische orgels van hoge kwaliteit. Het hoofdorgel is zeer beroemd. Orgelliefhebbers van over de hele wereld komen naar Groningen om het instrument te horen of zelfs om erop te spelen.

 

Het hoofdorgel
De bouw van het hoofdorgel in de Martinikerk begon rond 1480. Bij de eerste bouwfase was de humanist Rudolf Agricola als adviseur betrokken. De ontwikkeling van het orgel kende haar hoogtepunt in de 18de eeuw nadat het achtereenvolgens door Arp Schnitger, diens zoon Franz Casper en Albertus Hinsz was uitgebreid. Tijdens de restauratie van het orgel (voltooid in 1984) is de situatie van 1740 als uitgangspunt genomen. Met zijn 3500 pijpen en 53 registers is het orgel van de Martinikerk één van de grootste Noord Europese barokorgels. De registers zijn verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en bovenwerk en een vrij pedaal.

Dispositie van het hoofdorgel

Rugwerk

 

 

Bovenwerk

 

Quintadena 16'

1729 / 15e eeuw

 

Prestant I-III 8'

1542 /1692

Prestant 8'

1729

 

Holfluit 8'

1564

Bourdon 8’

1542 / 1729

 

Octaaf 4'

1542 / 1685 / 1692

Roerfluit 8’

1729

 

Nassard 3’

1692 / 1977

Octaaf 4’

1977

 

Sesquialtera II 1⅓'

1977

Speelfluit 4’

1977 / 1542

 

Mixtuur IV-VI 1⅓'

1977

Nasard 3'

1977

 

Trompet 16’

1977

Gedektquint 3’

1729 / 1977

 

Vox humana 8’

1977

Octaaf 2’

1729

 

 

 

Fluit 2’

15e eeuw/ 1542 / 1729

 

Pedaal

 

Sesquialtera II 1⅓'

1977

 

Prestant 32’

1692

Mixtuur IV-VI 1'

1729 / 1977

 

Prestant 16’

15e eeuw / 1542

Cimbel III 1/5'

1977

 

Subbas 16’

1984

Basson 16’

1977

 

Octaaf 8’

15e eeuw / 1542 / 1692 / 1729

Schalmei 8’

1977

 

Gedekt 8’

1740

Hautbois 8’

1740 / 1977

 

Roerquint 6’

1855

 

 

 

Octaaf 4’

15e eeuw / 1542

Hoofdwerk

 

 

Octaaf 2’

1984

Prestant 16

15e eeuw / 1542

 

Nachthoorn 2’

1740

Óctaaf 8’

15e eeuw / 1542 / 1685 /1984

 

Mixtuur IV 1⅓'

1984

Salicet 8'

1816

 

Bazuin 16’

1692

Quintadena 8'

1542 / 1627 / 1685

 

Dulciaan 16’

1984

Gedekt 8’

1685

 

Trompet 8’

1692

Octaaf 4’

1729

 

Cornet 4’

1692

Gedektfluit 4’

1808 / 1816

 

Cornet 2’

1984

Octaaf 2’

1984

 

 

 

Vlakfluit 2'

1816

 

Koppels

Hw+Rw

Tertiaan II 4/5'

1984

 

 

Bw+Hw

Mixtuur IV-VI 2/3'

1692 / 1729 / 1984

 

 

Tremulant hele werk

Scherp IV 1/2'

1984

 

 

Tremulant Rw

Viola da gamba 8’

1984

 

Manuaal

C-c”'

Trompet 8’

1692

 

Pedaal

CD-d’

 

 

 

Toonhoogte

a’465 Hz

 

 

 

Temperatuur

Stemming

Onevenredig zwevend

Neidhardt Große Stadt 1732 = Neidhardt kleine Stadt 1724 

 

Samenvatting van de geschiedenis van het orgel

Rond 1450

Bouw van een orgel aan de westwand

1468

Het orgel wordt zwaar beschadigd door het instorten van de Romaanse kerktoren

Rond 1480

Herbouw van het orgel aan de nieuwe westwand, vermoedelijk door Johan then Damme (Meester Johannes) met als adviseur de beroemde humanist Rudolf Agricola

1542

Uitbreiding van het orgel (door Andreas de Mare?)

1564

Holfluit 8’ Bovenwerk van Andreas de Mare

1627 - 28

Uitbreiding van het orgel door Anthoni en Adam Verbeeck

1685-90

Werkzaamheden door Jan Helman

1691-92

Renovatie en uitbreiding met 24’-pedaaltorens door Arp Schnitger

1728-30

Renovatie en uitbreiding met een nieuw rugwerk door Frans Caspar Schnitger en Albertus Anthonie Hinsz

1740

Grote reparaties na verzakking en uitbreiding met zeven registers door Hinsz

1808-1912

Wijzigingen door resp. Lohman, Van Oeckelen (1855) en Doornbos

1938-39

Volledige ombouw (inclusief electro pneumatische tractuur, herintonatie en nieuwe registers) door J. de Koff onder advies van Mr. A. Bouman

1976-84

Restauratie en gedeeltelijke reconstructie naar de situatie rond 1740 (met behoud van enkele 19e eeuwse registers) door Jürgen Ahrend. Adviseur was Cor Edskes.

   
       

 

 

         
         

 

Samenvatting van de geschiedenis van het orgel

Rond 1450

Bouw van het orgel aan de westwand

1468

Het orgel wordt zwaar beschadigd als de Romaanse toren instort

Rond 1482

Herbouw van het orgel, vermoedelijk door Johan then Damme met als adviseur de humanist Rudolf Agricola aan de nieuwe westwand

1542

Ombouw in renaissancestijl van met name het hoofdwerk

1564

Uitbreiding van het orgel door Andreas de Mare

1627-1628

Uitbreiding van het orgel door Anthoni en Adam Verbeeck

1685-1690

Ombouw door Jan Helman

1691-1692

Ombouw en uitbreiding met 32’pedaaltorens door Arp Schnitger

1728-1730

Ombouw en uitbreiding met een nieuw rugwerk door Frans Caspar Schnitger en Albertus Anthonie Hinsz

1740

Grote reparatie na verzakking en uitbreiding met zeven registers door Hinsz

1808-1912

Vele wijzigingen door Lohman, Van Oeckelen en Doornbos

1938-1939

Ombouw (o.a. electro pneumatische tractuur en herintonatie) door J. de Koff

1971

Demontage vanwege restauratie van de Martinikerk

1976-1984

Restauratie en gedeeltelijke reconstructie door Jürgen Ahrend. Uitgangspunt was de situatie rond 1740. Adviseur was Cor Edskes uit Groningen.

Het koororgel
Aan het einde van de dertiger jaren werd de koorruimte van de Martinikerk ingericht voor het houden van kerkdiensten. Toen ontstond de wens om daar een orgel te plaatsen. Het orgel dat gekocht werd voor 150 gulden van de parochie in Heythuysen (L) kwam oorspronkelijk uit het klooster van Nunhem, een plaats in de buurt van Roermond. In Roermond bevond zich het huidige koororgel; het rugpositief komt van een groter orgel dat gereed kwam in 1744 en gebouwd was door een orgelbouwer uit het geslacht Le Picard. In de Franse tijd werd het klooster opgeheven, het Grand Orgue verhuisde naar Roggel (waarna het uiteindelijk verdween) en het Positif naar Heythuysen.

De firma Verschueren heeft het orgel in 1939 overgeplaatst en hersteld. Na de restauratie van de Martinikerk is het orgel lange tijd gedemonteerd geweest en buiten gebruik, maar in 2001 vond de heringebruikname plaats, na een zorgvuldige restauratie door de firma Verschueren te Heythuisen. Het pijpwerk, de windvoorziening en het speel- en registermechaniek zijn hersteld en voor zover nodig vernieuwd. Daarbij is niet alleen gebruik gemaakt van pijpwerk uit de bouwtijd maar ook van aanvullingen die tijdens een restauratie in 1847 aangebracht werden. Het koororgel is een fraai voorbeeld van Frans-Waalse orgelbouw uit de Louis XV periode, en uniek in het noorden van Nederland.

Dispositie van het koororgel

Manuaal Pedaal

klavieromvang: C,D - g'''
pedaal: C-d
toonhoogte: a' = 415 Hz
stemming: onevenredig zwevend zonder wolf

Montre 8' Sousbasse 16'
Bourdon 8'  
Prestant 4'  
Flûte 8'  
Nasard 2 2/3'  
Doublette III treble  
Larigot 1 1/3'  
Fourniture 3 rangs  
Sesquialter 2 rangs  
Trompette 8' basse et sup  


 


Titulair organisten

Per 1 januari 2014 zijn Leo van Doeselaar en Erwin Wiersinga titulair organist van de Martinikerk.

preview

 

 

Leo van Doeselaar

Leo van Doeselaar is een veelzijdig musicus, die als organist, pianist en fortepianist een enkele eeuwen omvattend repertoire bestrijkt. Naast zijn "Professur" aan de Universität der Künste in Berlijn heeft hij als organist een grote concertpraktijk opgebouwd in binnen-en buitenland en is hij een veelgevraagd jurylid en docent bij internationale orgelfestivals. Leo van Doeselaar is ook een veelgevraagd pianist. Hij vormt al dertig jaar een pianoduo met Wyneke Jordans, speelt veel kamermuziek en treedt op als liedbegeleider.

Leo van Doeselaar begon zijn orgel- en pianostudie bij Gerard Akkerhuis in Den Haag. Hij studeerde vervolgens aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium: orgel bij Albert de Klerk en piano bij Jan Wijn. Naast beide solistendiploma's behaalde hij de Prix d'Excellence orgel. Ook werden hem de Toonkunst Jubileum Prijs en de ‘Zilveren Vriendenkrans' van het Concertgebouw in Amsterdam toegekend. In 2007 werd aan hem in de Oude Kerk in Amsterdam de Jan Pieterszoon Sweelinckprijs uitgereikt vanwege zijn verdiensten voor de orgelcultuur.

Als organist van het Barokorkest van de Nederlandse Bachvereniging werkt van Doeselaar samen met vele vooraanstaande oude muziekspecialisten. Hij verleende zijn medewerking aan een groot aantal Oude Muziek Festivals in Europa en de Verenigde Staten. Als titulair organist van het Concertgebouw treedt Van Doeselaar veelvuldig op met gerenommeerde orkesten, ensembles en solisten in zeer uiteenlopend repertoire, dat zich uitstrekt van Haydn tot Donatoni. Als solist werkte hij samen met dirigenten als Mariss Jansons, Riccardo Chailly, Charles Dutoit, Claus-Peter Flor, Frans Brüggen, Jean Fournet, Ingo Metzmacher en David Zinman.

Erwin Wiersinga
Erwin studeerde aan het Stedelijk Conservatorium te Groningen bij Wim van Beek en behaalde het Diploma UM orgel met onderscheiding. Ook behaalde hij het UM diploma piano bij Gerben Makkes van der Deijl. Verdere studie volgde hij bij o.a. Harald Vogel, Marie Claire Alain en Guy Bovet. In 2014 is hij, samen met Leo van Doeselaar, benoemd tot titulair organist op het fameuze Arp Schnitger in de Martinikerk. Hij is tevens organist op het Hinsz-orgel in de Catharinakerk te Roden.

Erwin Wiersinga is orgeldocent aan de Universität der Künste te Berlijn en aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen. Hij concerteert in vele Europese landen alsmede in Korea, China en Japan. Erwin Wiersinga is regelmatig actief in verschillende orkesten waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest. In die hoedanigheid werkte hij met dirigenten als Mariss Jansons, Ricardo Chailly, Ivan Fischer, Philippe Herreweghe, Sir Colin Davis en Leonard Slatkin.

Orgeldemonstratie
Tijdens een orgeldemonstratie vertellen onze organisten u over de geschiedenis en mogelijkheden van het groot orgel en op verzoek ook het koororgel. Uiteraard demonstreren zij de rijke klankvariaties van beide orgels. De invulling van de demonstratie wordt aangepast aan de wensen van de groep. Een demonstratie duurt gemiddeld 1 uur en kost € 5,- per persoon met een minimum van € 125,- per groep.